Deutsch

Voorkom muizen en ratten in je pluimveebedrijf

Pestcontrolling in pluimveehouderij: een ondergeschoven kind

Muizen en ratten vormden vroeger, als overbrenger van het pestvirus, een serieuze bedreiging voor de volksgezondheid. Pluimveehouders vrezen – terecht – deze dieren als het om overdracht van Aviaire influenza (vogelpest) op hun pluimveebedrijf gaat. Daar komt ingaande 2023 het verbod op gebruik van anti-coagulanten als muizen- en rattengif als extra kopzorg bij.

Muizen- en rattenbestrijding is sinds de H3N1-vogelpestuitbraken in België een veelbesproken onderwerp in de pluimveesector. Joan Rooijakkers is directeur van Agro Pest Control en hij werkt al ruim 25 jaar in dit vak. “We zijn businesspartner van het HyCare-managementconcept”, licht Rooijakkers toe. “Knaagdierbestrijding is als belangrijk speerpunt opgenomen in HyCare. Dit concept brengt de externe en interne biosecurity in de veehouderij naar een zeer hoog plan.” Rooijakkers kan gepassioneerd over de relatie tussen knaagdieren en de overdracht van ziektes als vogelpest vertellen: “Een pluimveehouder moet muizen en ratten ver van zijn gebouwen houden! Helaas trekt pluimvee deze dieren als een magneet aan. Twee knaagdieren in een bedrijfsgebouw of afdeling groeien in korte tijd uit tot een complete populatie. Overal waar voer, rust- en mestgelegenheid is, daar voelen ze zich prettig. Net als vliegen en andere insecten kunnen ze infecties overdragen.”

Virus overdragen

Over de manier waarop knaagdieren de vogelpest naar een stal overbrengen zegt Rooijakkers: “Uiteraard gaat het om contact dat knaagdieren (of vliegen) hebben met uitwerpselen van besmette watervogels. Verder spelen de pathogeniteit, de incubatietijd en het pluimveebedrijf zelf een rol. Eén ding weet je zeker: als je bedrijf vrij is van vliegen, muizen en ratten kan een eventuele besmetting met vogelpest daardoor niet gekomen zijn. Smetstof, eenmaal binnen, kan zich echt razendsnel vermeerderen. Als de knaagdieren besmette urine en mest op voedingsplaatsen achterlaten, grijpt de pest snel om zich heen. Dat aspect van knaagdieren wordt nogal eens onderschat.”

Acties ondernemen

Voor Rooijakkers en voor Agro Pest Control start een goede knaagdierbestrijding al bij het ontwerp van het gebouw, dat hermetisch gesloten moet zijn voor knaagdieren. “We zien dat de bouwkundige voorzorgsmaatregelen nogal eens beter kunnen. Gevolg kan zijn dat knaagdieren voor 100.000-den euro’s aan directe schade veroorzaken. Wij komen dat tegen. En dan zwijg ik nog maar over stalbranden, veroorzaakt door geknaag aan elektriciteitskabels.” Maar, wat te doen als er sprake is van een plaa

g? Rooijakkers: “Als het al te laat is dus! Dan inventariseren we als professionals de gebouwen en de plekken waar de knagers verblijven. We voeren met passende middelen, binnen een bedrijfscompartimentering, een bestrijdingsplan uit. Zo brengen we de populatie terug tot een aanvaardbaar niveau. Pas dan komt een bedrijfsweringsplan in beeld: hoe zorgen we dat knagers niet meer in de gebouwen komen, te beginnen met bouwkundige maatregelen. Ook de buitenboel brengen we in dit bedrijfsweringsplan goed op orde. Dat doen we door te zorgen dat er geen knaagdieren meer op het terrein voorkomen. En dat moet ook op andere momenten dan wanneer de mais of de tarwe van het land komt, of het zonnetje schijnt en de vliegen zich vermeerderen.”

Waarschuwing

Rooijakkers vervolgt: “Knaagdieren bestrijden is geen seizoenswerk, maar een jaarrond gebeuren geworden. Wij zien deze tak van sport tegenwoordig meer als een kwestie van voorkomen en monitoren van knaagdieren. Ontzorgen van pluimveehouder is onze taak.” Een leuk weetje is dat spitsmuizen, veldmuizen en woelmuizen de minste problemen opleveren: ze houden zich bij voorkeur buiten op. En de zwarte rat is de grootste lastpost. De bruine rat is veel minder intelligent en laat zich gemakkelijker vangen. “Ongedierte wat vanaf buiten in je stal komt, levert de grootste risico’s op voor het overbrengen van vogelpest”, aldus Rooijakkers. “Een knaagdierenpaar met

smetstof, bij voorbeeld overgedragen via watervogels, infecteert via mest en urine het pluimvee bij de voerbakken met het virus. Door een snelle populatiegroei van de knagers zien ze kans in korte termijn alle voerbakken op een bedrijf te besmetten. Bij veel smetstof  en afhankelijk van de incubatietijd en het pathogene karakter van het virus, slaat de vogelpest vervolgens toe binnen het pluimveebedrijf. Duidelijke voorbeelden hiervan hebben we in België gezien. Daar trof het H3N1-vogelpestvirus de voorbije maanden vooral bedrijven met leghennen, moederdieren en kalkoenen. Dit was gelukkig een milder ziekteverwekkend virus dan het H5N1-virus, dat zelfs mensen kan infecteren.”

Nieuwe manier van knaagdierbestrijding

 

“Pestcontroling in de pluimveehouderij is een ondergeschoven kindje”, vindt Rooijakkers en hij houdt nu al zijn hart vast voor de toekomst: “Anti-coagulanten zijn nu nog de enige toxische middelen (rodenticiden) die een pluimveehouder zelf in het gebouw mag toepassen. Voor gebruik hiervan buiten het bedrijfsgebouw gelden zeer strenge restricties. Een ongediertebestrijder moet daarvoor een speciaal certificaat hebben. Ook moet er bijvoorbeeld sprake zijn van aantoonbare overlast en vormt een risico-inventarisatie één van de voorwaarden. Echter…met ingang van 2023 mogen we anti-coagulanten zowel binnen als buiten niet meer gebruiken om knaagdieren te bestrijden.” Maar wat dan? Als partner in het HyCare-managementconcept zegt Rooijakkers: “In 1961 riep president John F. Kennedy: ‘We gaan naar de maan’, zonder dat hij wist hoe deze te bereiken. Namens Agro Pest Control roep ik nu: ‘In 2025 hebben wij een totaal nieuwe manier van knaagdierbestrijding. Met innovatieve lokmiddelen, diervallen en bestrijdingsmiddelen. Maar het is, net als toen bij Kennedy, nog te vroeg om daarover al iets te vertellen.” Samen met de R&D-afdeling van MS Schippers voert HyCare al wel duidelijk testen uit met nieuwe types vallen en non-toxische middelen om muizen, ratten en vliegen de baas te blijven.

 ‘Biologische’ maatregelen

De bakens in de ongediertebestrijding moeten verzet worden. Daarbij is het bedrijfsterrein de laatste schil voordat de knaagdieren en vliegen binnenkomen. Kansrijke nieuwe bestrijdingsmaatregelen voor de conventionele pluimveehouderij zijn er best wel! Knaagdieren kunnen geweerd worden door bijvoorbeeld de aanpalende akkerranden in te zaaien met specifiek groen. Het gaat dan om planten die een geur verspreiden of een smaak hebben waaraan knaagdieren een hekel hebben. Het plaatsen van geurpalen is een andere mogelijkheid. Uilen kunnen een rol spelen in het opruimen van de overlast van muizen. Dit is een bekend voorbeeld uit de biologische pluimveehouderij. Zo’n uilenpopulatie kun je stimuleren door knotwilgen te planten op je erf of uilenkasten te plaatsen. Datzelfde geldt voor zwaluwen en vleermuizen om de insecten vangen die je uit de stal wilt weren. Daarvoor kun je zwaluwenhotels of vleermuiskasten plaatsen.

Oppervlaktewater en vogelpest

Bij onze zuiderburen wordt volgens insiders in de stalreiniging door pluimveehouders nogal eens oppervlaktewater gebruikt voor de stalreiniging. Wanneer besmette watervogels hierin hun uitwerpselen hebben achtergelaten, zijn hieraan duidelijke risico’s verbonden. In ons land, waar ieder hiervoor bronwater gebruikt, zal dit niet een rol spelen in de overdracht van vogelpest. Rooijakkers sluit hierop aan: “Ik wil het nogmaals benadrukken. Eén ding weet je zeker. Als je bedrijf vrij is van vliegen, muizen en ratten, kan een eventuele besmetting met dit gevreesde virus niet door dit ongedierte gekomen zijn.”

No comments yet.

Geef een reactie