Deutsch

Varkens zijn onmisbaar in onze samenleving!

De NVV (Nederlandse Vakbond Varkenshouderij) heeft een geactualiseerde factsheet opgesteld over de Nederlandse varkenshouderij. Wij hebben er een aantal tussen uit gepikt en willen dit graag met jullie delen.

Een aantal feiten uit de factsheet op een rij

• Maakt het wat uit als er geen varkenshouderij meer zou zijn? Ja. Dan kost dit ruim 26.000 arbeidsplaatsen en vervalt een jaarlijkse economische waarde van ruim 8 miljard euro.

• Komen er steeds meer varkens bij? Nee. De varkensstapel blijft jaarlijks zo rond de 12 tot 12,5 miljoen varkens. Het hoogste aantal varkens telde Nederland in 1997: 15,2 miljoen.

• Wordt heel Nederland volgebouwd met varkensstallen? Nee. Brabant heeft weliswaar de meeste varkensbedrijven (1.700), maar in Groningen, Friesland, Noord-Holland, Flevoland en Zeeland bijvoorbeeld zijn er in totaal nog geen 250.

• Staat Nederland vol met ‘megastallen’? Nee. Slechts 1,8% van het totaal aantal varkensstallen wordt aangeduid als ‘mega’ (>7.500 vleesvarkens of >1.200 zeugen).

• Produceert de varkenshouderij steeds meer ammoniak? Nee. In 1990 bedroeg de ammoniakemissie uit de varkenshouderij nog 102 kiloton ammoniak. In 2015 is dit gedaald tot slechts 21 kiloton. Dat is een daling van circa 80%.

• Produceert de varkenshouderij steeds meer fijnstof? Nee. De uitstoot van fijnstof door de varkenshouderij is sinds 1995 juist flink gedaald. Was de uitstoot in 1995 nog 1615 ton PM10, in 2015 was dit 1.001 ton PM10 (*). Dit is een reductie van maar liefst 38%

• Eet een varken alleen maar soja? Nee. De varkenshouderij in Nederland gebruikt 5 miljoen ton mengvoer. Circa 65 procent van de grondstoffen komt uit de humane levensmiddelenindustrie; bijvoorbeeld uit de verwerking van aardappelen, bier, granen, citrusvruchten en plantaardige oliën. Sojaresten (hullen en meel) in Nederlands varkensvoer bedraagt slechts 8%.

• Zit er antibiotica in vlees? Nee. Een varken dat is behandeld met antibiotica heeft een wettelijke wachttermijn voordat het geslacht mag worden, zodat eventuele residuën zijn verdwenen.

• Zitten er hormonen in vlees? Nee. Groeihormonen zijn in Nederland al sinds 1961 verboden.

De hele factsheet is hier te vinden:
Factsheet NVV

Hieronder zijn de meest interessante weetjes samengevat:

Economische waarde Nederlandse varkenshouderij twee keer zo groot als die van KLM

Het economisch belang van de varkenshouderij in Nederland is groot. Zou de Nederlandse varkenshouderij er niet meer zijn, dan kost dit ruim 26.000 arbeidsplaatsen en vervalt een jaarlijkse economische waarde van ruim 8 miljard euro (1,5 procent in aandeel in totale economie).
Bron

Daarmee zou je de waarde van de Nederlandse varkenshouderij kunnen vergelijken met merken als KLM en Volvo. Als KLM zou verdwijnen zou dit volgens een studie van drie ministeries een schade van 4 miljard euro betekenen voor de Nederlandse economie. De varkenshouderij is dus twee keer KLM, uitgedrukt in economische waarde.

Varkenshouders bieden bovendien direct werk aan 10.730 fte’s (voltijds arbeidsplaatsen). Bedrijven die afhankelijk zijn van de varkenshouderij (slachterijen, stallenbouwers, voerfirma’s, fokkerijorganisaties, etc.) bieden werk aan nog eens 15.600 fte’s. Dit zijn dus ruim 26.000 arbeidsplaatsen. Elke werknemer op een varkensbedrijf houdt 1,5 fte op een andere plek aan het werk.

Varkenshouderij koploper in duurzaamheid

Mest, waterverbruik, ontbossing, ammoniak. De Nederlandse varkenshouderij wordt vaak in één adem genoemd met ongezondheid en vervuiling. Maar is dat wel zo? Feitelijk is de Nederlandse varkenshouderij een van de meest duurzame ter wereld. Een aantal feiten op een rij:

Het aantal duurzamere varkensstallen (met meer en betere dierenwelzijns- en milieumaatregelen) is in 15 jaar flink gestegen. In 2001 was nog maar 0,4% van de varkensstallen duurzaam. In 2016 was dat al 24,5%. De varkenshouderij heeft de doelstelling van de overheid (13% duurzame stallen op 1 januari 2016) daarmee ruimschoots gehaald. Als de in aanbouw zijnde stallen dit jaar allemaal worden gerealiseerd, zal het aandeel integraal duurzame stallen bij varkens op 25,5% voor komen.

Positieve gevolgen van meer duurzamere stallen

Alle varkensbedrijven (behalve zij die hebben aangegeven voor 2020 te stoppen) zijn sinds 2013 verplicht om emissiearme (weinig uitstoot) stallen te hebben. Daarnaast moet mest emissiearm worden aangewend. De komst van steeds meer duurzame stallen heeft positieve gevolgen voor de uitstoot van fijnstof en ammoniak. Tussen 1990 en 2015 is de ammoniakemissie uit de varkenshouderij met 80% gedaald. Geen enkele sector heeft zo’n grote daling van de ammoniakemissie weten te realiseren. In 1990 bedroeg de ammoniakemissie uit de varkenshouderij nog 102 kiloton ammoniak. In 2015 is dit gedaald tot slechts 21 kiloton. Dat is een daling van circa 80%. Een van de belangrijkste redenen voor de daling is het toenemende gebruik van luchtwassers door varkensbedrijven. Deze filteren de ammoniak uit de lucht. In 2020 zal er nóg minder ammoniakuitstoot via de varkenshouderij zijn omdat dan de stoppersregeling is gerealiseerd. Dit betekent dat de varkenshouders die niet kunnen voldoen aan de verplichting van emissiearme stallen, zoals verwoord in het Besluit Huisvesting, hun varkensbedrijf zullen hebben beëindigd. Vanaf dat jaar hebben alle varkenshouders een emissiearme stal, wat zal leiden tot een flinke daling van de uitstoot van ammoniak.


Bron

Mest

De varkenshouderij produceert jaarlijks circa 99 miljoen kilo stikstof en 39 miljoen kilo fosfaat in dierlijke mest (zie figuur hieronder).

De totale productie van varkensmest en fosfaat in varkensmest is sinds de jaren negentig flink gedaald.

Dit komt enerzijds door een daling in het aantal varkens (van circa 15 miloen in de jaren negentig tot 12,5 miljoen in 2016), anderzijds ook door voer- en managementmaatregelen. Het gehalte aan fosfaat in varkensmest schommelt rond 3,5 kg per ton. Het fosfaatgehalte in varkensmest is hoger dan in rundveemest, waardoor het relatief goedkoper is om te verwerken. Via veevoer wordt het fosfaatgebruik in de veehouderij teruggedrongen (het zogenoemde voerspoor) door gebruik van fytase, lage fosfaatgehaltes en goed benutbaar fosfaat. Op deze wijze wordt duurzaam ingespeeld op de wettelijke beperkingen ten aanzien van fosfaattoevoer op landbouwgronden.
Bron

Veevoer

Burgers kunnen, mede door campagnes van Wakker Dier, Varkens in Nood en Milieudefensie – denken Nederlandse varkens alleen maar soja eten en dat hiervoor massaal de regenwouden worden gekapt. De werkelijkheid is anders.

Het gemiddelde gehalte aan sojabonenmeel in Nederlands varkensvoer bedraagt slechts 8% procent. Dit ligt in andere landen veel hoger (zie grafiek hieronder). Sojabonenmeel is een restproduct van de sojaolie productie. Sojaolie wordt gemaakt voor menselijke consumptie. Het is de meest geconsumeerde plantaardige olie wereldwijd door mensen. Het zit in tal van voedingsmiddelen en zelfs in cosmetica. De varkenshouderij gebruikt nagenoeg alleen wat overblijft uit de humane sojaconsumptie, bijvoorbeeld: sojameel en sojahullen (de schillen van de sojaboon).


Bron

Alle soja die voerfabrikanten en –leveranciers die lid zijn van de brancheorganisatie Nevedi in 2015 inkochten, voldeed aan duurzaamheidscriteria. Nevedi vertegenwoordigt 95% van de totale voerproductie in Nederland. Van het totaal van circa 1,7 miljoen ton in diervoeder verwerkte soja, beantwoordde ongeveer 1,6 miljoen ton aan de Europese Fefac Soy Sourcing Guidelines. De resterende 114.000 ton betrof non-gmo en biologische soja.

Kringloop

Het Nederlandse varken is een ultiem kringloopdier. De varkenssector draagt in grote mate bij aan de benutting van waardevolle restproducten. Een varken heeft slechts 2,5 kilo voer nodig om 1 kilo te groeien. De varkenshouderij in Nederland gebruikt 5 miljoen ton mengvoer. Circa 65 procent van de grondstoffen komt uit de humane levensmiddelenindustrie; bijvoorbeeld uit de verwerking van aardappelen, bier, granen, citrusvruchten en plantaardige oliën. Deels komen deze producten in het mengvoer en deels komen ze ook als losse grondstoffen bij de veehouders. Het totale volume vochtrijke bijproducten dat naar de varkenssector gaat, bedraagt circa 2,9 miljoen ton. Dit komt qua drogestof overeen met circa 600.000 ton mengvoer. Dit is nog afgezien van producten zoals soja- en raapzaadschroot. De varkenssector draagt hierdoor bij aan de benutting van waardevolle restproducten.

Nederland is hierin koploper, er zijn nauwelijks andere landen waar een grote grote levensmiddelenindustrie grote volumes bijproducten op deze manier tot waarde brengt.
Bron

Juist omdat het varken een ‘alleseter’ is, had vroeger bijna iedereen een varken bij huis lopen. Het varken at alle etensresten op. Dat is niet veranderd. Ons Holland Varken eet nog steeds resten van aardappelen, bier, granen, citrusvruchten en plantaardige oliën. Maar ook de brood-, kaas- en snoepindustrie gooien resten niet zomaar weg. Zij weten immers dat Nederland veel varkens heeft, die deze resten maar wat graag eten. Bovendien bevatten de resten hoogwaardige eiwitten en mineralen, wat goed is voor de gezondheid van de varkens. (Zie afbeelding hieronder)


Bron

Het varken is daarmee het ultieme kringloopdier. Het eet niet alleen alle resten uit de voedingsmiddelenindustrie. Het voer zet hij om in vlees. En alles wat niet als vlees wordt verkocht, wordt verwerkt tot vele andere producten. Zie onderstaande film (Bron: Nederlandse Vakbond Varkenshouders):

https://www.youtube.com/watch?v=0NF7tdAejSY

De dierlijke vetten en het slachtafval die niet kunnen worden verwerkt, belanden in de biovergisting om biodiesel of bio-energie van te maken.

We mogen dus wel zeggen dat de Nederlandse varkenshouderij onmisbaar is in onze samenleving. Hier kunnen we trots op zijn!

Comments are closed.