Schoon drinkwater blijft een hot topic in de pluimveehouderij

Vanuit de sector is er de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan het belang van schoon drinkwater. Een slechte drinkwaterkwaliteit heeft invloed op de inkomsten, aangezien dieren slechter presteren. De investering om drinkwater schoon te krijgen zijn echter beperkt.

“Slechte drinkwaterkwaliteit kost geld, zowel bij vleeskuikens als bij leggende dieren.”

Er wordt in de pluimveehouderij gebruik gemaakt van drie soorten ingangswater.

  1. Bronwater
  2. Leidingwater
  3. Oppervlakte/regenwater

“De kwaliteit van het water enkel controleren aan de bron heeft geen zin”

Het drinkwater dient op 2 punten gecontroleerd te worden:

  1. Bij de ingang, daar waar het water het bedrijf binnenkomt

Leidingwater is altijd goed van kwaliteit. In geval van bronwater moet jaarlijks een monster genomen worden om uitsluitsel te verkrijgen over de bacteriële waardes. Oppervlakte-, regenwater heeft sowieso een voorbehandeling nodig.

  1. Aan de nippel

Ook het water wat uit de nippel komt moet geschikt zijn voor consumptie. In de drinkwaterleiding  kan namelijk biofilm opgebouwd worden, door verschillende factoren.  

Factoren van invloed op de drinkwaterkwaliteit

  1. Mineralen

Kalk, ijzer en mangaan kunnen in bronwater leiden tot het ontstaan van een harde biofilm.  Deze zorgt voor een grove structuur aan de binnenkant van leidingen. Dit zorgt voor een makkelijke hechting van een zachte biofilm.

  1. Organisch materiaal

Additieven, dragers van entingen en eventuele medicatie veroorzaken een zachte biofilm in de waterleiding. Dit is de perfecte voedingsbodem voor micro-organismen (bacteriën, gisten en schimmels).

  1. Hoge temperatuur in de stal

Een hoge temperatuur in de stal zorgt voor opwarming van het drinkwater en hierdoor groeien micro-organismen beter. In 5 weken kan dit leiden tot een enorme groei van de zachte biofilm.

  1. Stilstaand water en/of water met een lage doorstroom 

Dit zorgt voor een beter milieu voor micro-organismen om in te groeien.

  1.  Dode stukken en vernauwingen in het leidingssysteem

Dit zijn broeihaarden voor klompen met biofilm.

  1.  Nippels

De drinknippels zorgen voor een constante uitwisseling van het drinkwatersysteem met de stal. Nippels wisselen bij het aanpikken van het pluimvee constant met de waterleiding, stof en bacteriën krijgen zo de kans om in de leiding te komen. Nippels steken in de leiding en vormen zo een obstakel voor de doorstroom. Ze vormen hiermee een vangnet voor een zachte biofilm. Zowel aan de binnenkant van de leidingen als aan de nippels aan de binnenzijde van de leiding vormt zich een biofilm.

Waar op te letten!

  1. Spoel de leiding na gebruik van een additief, medicijn of enting na, bij voorkeur met het gebruik van een leidingreiniger.
  2.  Verwijder waar mogelijk dode einden, vernauwingen en zonken in het leidingsysteem.
  3.  Spoel niet gebruikte leidingen, langer dan twee weken, eerst goed door met een leidingreiniger.
  4.  Controleer regelmatig de stand van zaken in de leiding met behulp van een endoscoop. Geen biofilm op het eind van de leiding resulteert in een goede drinkwaterkwaliteit.

Voordelen goede drinkwaterkwaliteit

Gedurende een ronde is de kans groot dat de weerstand onder druk komt te staan, bij voorbeeld gedurende een behandeling, na een enting of door het opkomen van een E.coli of coccidiose druk. De ziekte moet onder controle gekregen worden, maar ook de oorzaak moet achterhaald worden. Slechte kwaliteit water kan een negatief effect hebben op de gezondheid van de dieren. Een goede drinkwaterkwaliteit zorgt er juist voor dat dieren minder vatbaar zijn voor ziekten.

Hoe borg je de kwaliteit van water?

Er zijn vele mogelijkheden en manieren. Een aantal factoren spelen een rol.

  1. Registratie van een product of apparaat

Is het middel correct geregistreerd? Dit kan gecontroleerd worden op de website van CTGB (Centraal Bureau Toelatingen Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden). Per product is aangegeven waarvoor het gebruikt mag worden. De toelating is belangrijk i.v.m. het doel waarvoor het product ingezet mag worden.

  • PT04: Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders.

Dit wil zeggen dat het product ingezet mag worden voor het reinigen en desinfecteren van systemen waardoor voeding en diervoeders getransporteerd worden. Dit betekent voor drinkwater dat je er de leiding mee mag schoonmaken en spoelen, enkel en alleen als er géén dieren van drinken.

  • PT05: Ontsmettingsmiddelen voor drinkwater voor mens en dier.

Deze middelen mag je inzetten wanneer er dieren van drinken.
Met deze twee toelatingen mag het product in de drinkwaterleiding ingezet worden. Andere PT-registraties (zoals PT03) zijn niet toegelaten voor gebruik in de drinkwaterleiding. Wij adviseren hierop te letten bij het gebruik van producten.

  1.   Werkzame stoffen van een product

Verschillende werkzame stoffen hebben een andere werking.

a)   Waterstofperoxide

Een krachtige oxidator, breekt micro-organismen en biofilm af. Wordt voornamelijk ingezet tussen de rondes, vanwege zijn krachtige oxidatie. De capaciteit is minder, vandaar dat hij het beste werkt in hogere concentraties op de drinkwaterleiding. Nadeel is dat het in kleinere concentraties vaak niet het achterste van de leiding bereikt en al is uitgewerkt. Een hogere concentratie >300 ml/m3, verandert de smaak van het water waardoor wateropname zou kunnen dalen.

b)   Perazijnzuur

Perazijnzuur wordt vaak in combinatie met waterstofperoxide ingezet. De reden voor deze combinatie is vooral het katalyserende effect van perazijnzuur op waterstofperoxide met lagere temperaturen. Het is een zuur, dus verlaagt de pH van het water. Het doodt micro-organismen, maar breekt een biofilm niet voldoende af.

c)   Chloordioxide

Deze wordt vaak onterecht verward met natriumhypochloriet (chloor). Chloordioxide is een iets minder krachtige oxidator, maar met een zeer hoge capaciteit om te oxideren. Voordeel is dat het achteraan in de leiding komt en zuivert dus makkelijk het gehele  leidingsysteem en houdt deze ook zuiver wanneer de dieren in de stal zijn. Het is pH onafhankelijk en verandert, zelfs bij hogere concentraties, de smaak van het water niet. Chloordioxide is een twee componenten middel dat via een aparte pomp ingezet dient te worden.

d)   Chloor

Chloor is als biocide erg effectief. Het doodt makkelijk micro-organismen af. Het nadeel  is het minimaal reinigend effect. Het water wordt wel ontsmet, maar de biofilm blijft aanwezig. Dit leidt tot een verminderde werking van entingen/additieven als het chloor tijdelijk niet toe wordt gevoegd. Chloor is pH afhankelijk, bij een lage pH kan dit leiden tot giftig chloorgas. Bij hogere doseringen verandert de smaak van het water.

  1. De arbeidsbelasting

Een schone waterleiding kost geen tijd. Een leiding waar na elke ronde biofilm in zit wel. En dit kost veel tijd. 

  1. Borging van het systeem of wijze van schoonmaken

Naast een goed product, moet ook de pomp in orde zijn. De pomp moet het product in de juiste concentratie toevoegen. Veldonderzoek heeft aangetoond, 70% van de pompen (gebruikt voor entingen, medicatie of additieven) wijkt meer dan 30% af van de waarde die is ingesteld. Kies dus voor een concept waarbij zowel het middel als pomp regelmatig geijkt worden.

  1. Begeleiding op inzet en controlemomenten.

Entingen, additieven die op het drinkwater gezet worden dienen 100% het werk in het dier te doen en niet verloren te gaan in de opgebouwde biofilm. Een enting verliest tot 20% van zijn werkzaamheid in een vervuilde leiding. Vitaminen zijn een bron van voeding voor bacteriën in een drinkwaterleiding en gaan zo dus ook verloren.

Kunnen entingen tegelijk ingezet worden met drinkwater reinigers? Entingen kunnen nooit tegelijk ingezet worden met waterreinigers. Voor additieven, zoals vitaminen/mineralen en organische zuren ligt dat anders. Het advies wat niet en wel samen kan, dient gestoeld te zijn op onderzoek.

Chloordioxide kan makkelijk gecombineerd worden met organische zuren. Reinigingsmiddelen zijn niet te combineren met bijvoorbeeld Vitamine C, vanwege een anti-oxidatieve werking van Vitamine C.

De juiste begeleiding en controlemomenten zijn ook succesfactoren. Elk kwartaal controleren van de leiding d.m.v. een camera is nodig om de staat van de leiding te bepalen. Door eenmaal per jaar watermonsters te nemen bevestigen wat men door het jaar ziet. Het onderhoud en nakijken van de pomp draagt bij aan succes.

Conclusie:

Waterkwaliteit is nog altijd terecht een hot topic in de pluimveehouderij. Iedereen is zich bewust van het belang van een goede drinkwaterkwaltieit. Alle variabele factoren moeten in kaart gebracht worden om een advies voor te leggen. Er zijn veel risico’s die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. Vanuit een 0-meting kun je de keuze maken welk protocol je zou willen volgen, afhankelijk van effectiviteit, arbeid, borging en begeleiding.

Maak een keuze uit de zaken die voor jouw bedrijf belangrijk zijn. MS Schippers helpt je graag met deze keuze, er zijn verschillende varianten om voor te kiezen.

Related Post

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.