Deutsch

Schippers University – Vetten

Gezonde-vetten

Water & Voeding

Voedingsstoffen zijn van vitaal belang voor elk dier. Ze leveren de energie en bouwstoffen voor een goede gezondheid en ontwikkeling van het lichaam. In deze 8-delige serie gaan we in op de verschillende stoffen om zo meer inzicht te geven in het functioneren van het dierlijk lichaam.

Aflevering 5/8 : Vetten

Net als suikers worden vetten doorgaans gezien als iets negatiefs; maar ook vetten zijn een essentiële voedingsstof voor mens en dier. Vet ondersteunt de vertering en algemene gezondheid waardoor het bijdraagt aan de verbetering van het rendement.

Waar eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren en koolhydraten uit sachariden, bestaan vetten ook uit kleinere onderdeeltjes; deze worden vetzuren genoemd, welke zijn gekoppeld aan glycerol dat als een soort kapstok dient voor de verschillende vetzuren.

Er zijn vele verschillende vetzuren, die allen unieke eigenschappen en functies hebben in het lichaam. Sommige vetzuren kan het lichaam zelf aanmaken, maar er zijn ook noodzakelijke vetzuren die we enkel via voeding binnen kunnen krijgen zoals Linolzuur en Linoleenzuur. Deze worden essentiële vetzuren genoemd.

 

Vetten hebben verschillende functies in het lichaam:

  • Brandstof: vet levert energie aan het lichaam wanneer het verbrandt wordt.
  • Energiebron: vet uit eten dat niet gelijk gebruikt kan worden als energiebron wordt omgezet in lichaamsvet. In tijden van energietekort (negatieve energiebalans) worden vetten aangesproken als reserve.
  • Bouwstenen: cellen in het lichaam hebben vetten nodig om te kunnen groeien en om het lichaam te laten functioneren.
  • Bescherming: vetten zorgen ervoor dat organen beschermd worden en beschermen het lichaam tegen de kou. Vet is dus ook een isolatiemateriaal en draagt bij aan de weerstand.
  • Vitaminebehoefte: sommige vitaminen kunnen enkel in vet worden opgelost en niet in water. Om de noodzakelijke hoeveelheid van deze vitaminen binnen te krijgen moeten dus vetten in voeding zitten. Vitaminen die enkel in vet oplosbaar zijn: vitamine A, D, E en K.

 

Daarnaast bestaan er verschillende soorten vet. Dit heeft te maken met de samenstelling; welke vetzuren ze bevatten en de hoeveelheid aan vetzuren. Afhankelijk van de samenstelling zijn de vetten goed of minder geschikt als voeding en ze hebben daardoor ook een verschillende invloed op het lichaam.

 

  • Verzadigd vet: bevat een hoog gehalte aan verzadigde vetzuren. Verzadigd vet komt vooral voor in dierlijk vetweefsel en melk, maar ook in bepaalde plantaardige producten als  palmolie, kokosolie en cacaoboter.
  • Onverzadigd vet: bevat een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren. Onverzadigd vet komt vooral voor in plantaardige oliën als olijfolie en lijnzaad olie. Maar ook vis bevat veel onverzadigde vetzuren.
  • Transvet: ontstaat uit onverzadigde vetzuren door een bewerkingsproces, bijvoorbeeld verhitten. Hierdoor veranderd de samenstelling van het vet en krijgt het ook heel andere eigenschappen dan de oorspronkelijke vetzuren. Door deze bewerking zijn transvetten schadelijk voor de gezondheid en daarom dienen ze zo min mogelijk in voeding voor te komen.

 

Bijna alle vetten en oliën bevatten zowel verzadigde, enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetten. Belangrijk is dat de verhouding tussen deze goed is en dit maakt dan ook in welke mate voedingsmiddelen gezond zijn en of ze geschikt zijn als diervoeding.

 

In de volgende aflevering: Vitamines

Comments are closed.