Deutsch

Schippers University – Mineralen en sporenelementen

voermengwagen2

Voedingsstoffen zijn van vitaal belang voor elk dier. Ze leveren de energie en bouwstoffen voor een goede gezondheid en ontwikkeling van het lichaam. In deze 8-delige serie gaan we in op de verschillende stoffen om zo meer inzicht te geven in het functioneren van het dierlijk lichaam.

Aflevering 7/8 : Mineralen en sporenelementen

Net als vitamines zijn mineralen en sporenelementen voedingscomponenten: ze leveren op zichzelf geen energie maar zijn wel noodzakelijk voor het goed functioneren van ieder lichaam. In tegenstelling tot enkele vitamines kan een dier geen enkel mineraal of spoorelement zelf aanmaken. Van meerdere van deze stoffen is aangetoond dat ze essentieel zijn en dus zal een tekort leiden tot een gevaar voor de gezondheid van mens of dier.

Vitamines hebben mineralen en sporenelementen nodig om te kunnen functioneren. Daarnaast zorgen mineralen en sporenelementen er bijvoorbeeld voor dat zuurstof door het lichaam wordt getransporteerd, helpen bij de groei en herstel van weefsel, ondersteunen de werking van spieren en zenuwen, bevorderen de stofwisseling en helpen de energiehuishouding.

spoorelementen en mineralen

Verschil tussen mineralen en sporenelementen

In de basis zijn mineralen en sporenelementen gelijk van samenstelling. Echter het grote verschil zit in de hoeveelheid die mensen en dieren van een bepaalde stof nodig hebben. Mineralen zijn relatief in veel grotere hoeveelheden nodig terwijl sporenelementen in relatief kleine hoeveelheden nodig zijn. Wanneer een dier mineralen of sporenelementen in te grote hoeveelheden binnen krijgt kunnen ze zelfs giftig zijn!

Zoals al eerder gezegd zijn verschillende mineralen en sporenelementen essentieel voor het lichaam en moeten mens en dier deze voldoende binnen krijgen om het lichaam goed te kunnen laten functioneren. Daarom gaan we nu kort in op deze stoffen; wat zijn de noodzakelijke stoffen en welke specifieke functie hebben ze.

119758

Essentiƫle mineralen:

  • Calcium: botopbouw, spierfunctie, bloedstolling, zenuwprikkels, bloed-pH, melkgift
  • Fosfor: botvorming, vertering, energiehuishouding, ondersteunt vitamine B
  • Magnesium: spierwerking, zenuwen, lichaamsherstel, opname vitamine C en calcium
  • Natrium: waterhuishouding, bloeddruk, tegen verzuring, spierfuncties, hartritme
  • Kalium: waterhuishouding, bloeddruk, tegen verzuring, spierfuncties, hartritme
  • Chloor: waterhuishouding, vorming van maagzuur, vertering, spierfuncties

Deze laatste 3 mineralen (natrium, kalium en chloor) worden ook wel elektrolyten genoemd. Elektrolyten zijn enorm belangrijk voor de vochtbalans. Normaal gesproken is niet snel een tekort aan deze mineralen; echter bij vochtverlies kan een tekort ontstaan waardoor de vochtbalans verstoord raakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan diarree of hittestress. Door extra elektrolyten te gebruiken kan de vochtbalans herstelt worden en treedt geen gevaar voor het functioneren van het lichaam op.

 

Essentiƫle sporenelementen:

  • IJzer: zuurstoftransport, weerstand, bij bloedarmoede, energieproductie
  • Koper: zuurstofopname, aanmaak rode bloedcellen, weerstand, ondersteuning groei
  • Zink: vruchtbaarheid, weerstand, ondersteuning groei
  • Selenium: vruchtbaarheid, immuniteit, weerstand
  • Mangaan: bot- en kraakbeenopbouw, groei en herstel
  • Jodium: stofwisseling, schildklier, ondersteunt huid, nagels en klauwen
  • Fluoride: tegen verkalking, ondersteuning van gebit
  • Chroom: vertering van koolhydraten en vetten, energievoorziening, weerstand
  • Molybdeen: energievoorziening. opname van koper en ijzer, bloedarmoede

Een tekort of teveel?

  • Tekort: met name bij zieke, jonge, oudere of zwangere dieren kan een tekort ontstaan doordat het lichaam meer behoefte heeft aan bepaalde stoffen. Door deze stoffen extra te verstrekken kan een tekort gecompenseerd worden en worden gezondheidsproblemen voorkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de extra calciumbehoefte van een koe die net gekalfd heeft.
  • Teveel: hoewel een teveel niet snel voorkomt, kan dit wel verstrekkende gevolgen hebben. Het kan bijvoorbeeld het functioneren van andere stoffen in het lichaam beperken met alle gevolgen van dien. Ook kan het de vorming van schadelijke stoffen bevorderen waardoor de kans op bepaalde ziektes toeneemt.
Comments are closed.