Deutsch

Het belang van conserveringsmiddelen bij het in- en uitkuilen

Inkuilen is een belangrijk proces. Helaas zien we dat er bij het inkuilen van ruwvoer veel mis kan gaan. Indien het inkuilproces niet goed verloopt heeft dit negatieve effecten op de kwaliteit van de dure voedselopbrengst  en zal dit leiden tot bewaar- en uitkuilverliezen. Hierdoor wordt de opname van het ingekuilde product verminderd, met als resultaat een lager inkomen voor de veehouder.

Het verbouwen van eigen ruwvoer is nog altijd de goedkoopste vorm om uw dieren van voedsel te voorzien. Door het gebruik van inkuilmiddelen wordt het rendement verhoogd.

inkuilen_mais

Wat doen conserveringsmiddelen bij het inkuilproces?

Bij het inkuilproces is het van belang dat de kuil zo snel mogelijk afgesloten wordt. Er mag geen lucht bij het ruwvoer gedreven worden. Hierdoor kan in de kuil het conserveringsproces plaats gaan vinden. Het is als het ware een grote strijd tussen goede en slechte bacteriën.

Slechte bacteriën zorgen ervoor dat het conserveringsproces wordt geremd. Hierdoor kan rotting, schimmel, gisting of broei ontstaan. Goede bacteriën hebben een gunstig effect op het conserveringsproces. Hierdoor wordt het ruwvoer omgezet naar bruikbaar voedsel voor het dier. Door het gebruik van conserveringsmiddelen worden de goede bacteriën in de kuil een handje geholpen en krijgen de slechte bacteriën dus minder kans.

Waarom investeren in conserveringsmiddelen bij het inkuilen?

Als het conserveringsproces in de kuil niet goed gaat, worden de voedselwaardes  in kuil niet behouden en kan de opbrengst van het ruwvoer aanzienlijk verlagen. Er kan broei optreden wat leidt tot warmte met als gevolg energieverlies.  Waardevolle eiwitten worden omgezet naar ammoniak. Dit kan oplopen tot 10-15%. Er ontstaat een grotere kans op boterzuur, wat direct gevolgen heeft op de kwaliteit van melk. Slechte bacteriën hebben dus een groot een nadelig effect op de gezondheid en prestaties van het dier.

Om het maximale rendement uit ruwvoer te halen, worden conserveringsmiddelen geadviseerd. De kans op broei, schimmels en gisten worden kleiner. Het drogestofgehalte van het ruwvoer wordt positief beïnvloed. Hierdoor zijn er minder verliezen merkbaar bij het in- en uitkuilen. Door het gebruik van conserveringsmiddelen worden voederwaardes in de kuil behouden en is de voedselopbrengst hoger. Door een hogere voedselopname van het dier, gaan de prestaties omhoog.


deze kwamen we online tegen op fao.org

Wat is het rendement van conserveringsmiddelen?

Het echte rendement komt voort uit een eenvoudige rekensom. Als bij het inkuilen gemiddeld 7% verlies aan drogestof optreedt, dan zul je bij het inkuilen van 100 ton drogestof, 93 ton drogestof kunnen gebruiken. Het feitelijk verlies is dus 7 ton! Als kuilen met een conserveringsmiddel zijn ingekuild, behalen die gemiddeld 40% minder drogestof verlies. Dit zou betekenen dat je kuil opbrengst niet 93 ton, maar juist 96 ton is. Je hebt hiermee 3 ton drogestof meer. Als je dit vermenigvuldigt met de waarde van het voer, bespaar je al snel enkele honderden euro’s. De kosten van het conserveringsproces zijn hiermee snel terugverdiend.

Het voer dat behandeld is met een conserveringsmiddel  zorgt er tevens voor dat de melkproductie van de koe omhoog gaat. Het wordt frisser en smakelijker. Hierdoor stijgt de voeropname waardoor de koe ook extra melk per dag geeft.

Conserveringsmiddelen bij het inkuilen zijn een belangrijke toevoeging bij effectief inkuilmanagement. Het draagt bij aan een hogere voedselopbrengst en voedselwaardes. Hierdoor zijn direct besparingen op financieel vlak merkbaar en zal het rendement verhogen.

Welke conserveringsmiddelen heb ik nodig bij graskuilen?

Bij graskuilen gaat de voorkeur uit naar een combinatie van melkzuur- en azijnzuurvormende bacteriën. Hierdoor kan de kuil snel conserveren. Zuurgevoelige enzymen en schadelijke gisten krijgen hierdoor minder kans om het eiwit in de kuil af te breken.

In natte graskuilen zijn conserveringsmiddelen met veel melkzuurvormende bacteriën een vereiste en zorgen voor een snelle verlaging van de pH waardoor de kuil stabiel wordt. Bij droge graskuilen zijn conserveringsmiddelen met veel azijnzuurvormende bacteriën een vereiste. Hoe droger de kuil hoe minder belangrijk de melkzuurvormende bacteriën worden. Azijnzuurvormende bacteriën voorkomen broei en doden de schimmels.

Welke conserveringsmiddelen heb ik nodig bij maïskuilen?

Bij maïs kuilen ontstaan er vaak problemen met gisten en broei. Conserveringsmiddelen bestaande uit azijnzuurvormende bacteriën spelen hierbij dus een belangrijke rol.

Gisten bij maiskuilen;
Maïs bevat van nature al veel water oplosbare koolhydraten (waaronder suikers) waardoor de aanwezige melkzuur bacteriën zich goed kunnen ontwikkelen. Hierdoor hoef je geen melkzuurvormende bacteriën toe te voegen. Een combinatie van suikers en melkzuur vormen een belangrijke voedingsbodem voor gisten. Om gistvorming te remmen zijn azijnzuurvormende bacteriën erg belangrijk.

Broei bij maiskuilen;
Doordat drogestofpercentages en zetmeelgehalte flink gestegen zijn de laatste jaren (en het aandeel ruwe celstof fors is gedaald), wordt de kans op broei groter. Indien broei optreedt zal de kwaliteit van de maïskuil sterk afnemen. Gebruik een inkuilmiddel dat vooral broei zal voorkomen. Deze inkuilmiddelen bevatten voornamelijk azijnzuurvormende bacteriën. De maïskuil heeft van nature (voldoende) melkzuurbacteriën. Maïs zonder schimmels en gisten is gezonder voor de koe. Hierdoor hebben koeien meer pensbacteriën die zorgen voor meer melkeiwit.

Bekijk hier de verschillende conserveringsmiddelen die Schippers in het assortiment heeft.

 

 

Comments are closed.